You have friends all over the world, you just haven’t met them yet

In deze zomercolumn aandacht voor de virale werking van ‘goed doen’ en de potentie van menselijk geluk en verbinding die filantropie biedt. En wat non-profit bestuurders van couchsurfers kunnen leren over het Pay it Forward-principe. Gaan we nu, op een dieptepunt in donateursvertrouwen, eindelijk werk maken van echte verbinding met onze donateurs?

donateurs zijn 'friends you haven't met yet'

donateurs zijn ‘friends you haven’t met yet’

We zijn volop in vakantiestemming. Sloepjes in de gracht met veel rosé en witbier, spierwitte zeilen op het water, schaars bedekte, witte lijven in het zand en de rest van ons massaal op de fiets. Zelf ga ik dit jaar met twee grote zonen naar Barcelona. Mijn huis geruild met een Catalaanse familie voor hun fijne appartement in Eixample.

Zelfs als je geen huis te ruilen en geen cent te spenderen hebt, hoef je niet thuis te sippen: ga couchsurfen en slaap gratis op de bank van een gastvrije vreemdeling. Met name onder jongeren is couchsurfing razend populair. Enige vereiste is dat zowel de surfer als de gastvrouw/-heer flexibel en goed van vertrouwen zijn, en bovendien uitgaan van een positieve toekomstige ervaring. Dan, oh wonder, gaat het eigenlijk altijd goed. De laatste jaren zitten, mede door de crisis, allerlei vormen van ‘collaborative consumption’  in de lift: particulieren delen of ruilen via sociale media een maaltijd, boormachine, auto en logeerbed. Iedereen wint: persoonlijk burencontact, lagere kosten, cohesie in de wijk.

Couchsurfing gaat uit van het Pay it Forward-principe. Niet voor niets is het motto “als je wilt couchsurfen, stel dan zelf je eigen bank beschikbaar.” Robert Cialdini beschreef in 1994 op het IFC-congres al hoe krachtig dit principe werkt in het sociale verkeer. Als iemand ons een dienst bewijst, zonder daar iets voor terug te vragen, ontstaat als het ware een ‘sociale schuld’. Die kun je vereffenen door op jouw beurt iemand een dienst te bewijzen. Het interessante is dat onze behoefte om zelf dit gedrag te vertonen, versterkt wordt als we met dit fenomeen in aanraking komen. Zo heeft jouw ‘goed doen’ een virale werking: je besmet anderen. Een soort goedaardig ‘Morbilli Philanthropii’  (mazelen) virus dus. Cialdini’s boek ‘Influence’, the Power of Persuasion’was destijds onder fondsenwervers helemaal hot. Maar hebben we naast wat give-aways om nieuwe donateurs te lokken ook écht wat gedaan met de fundamentele notie dat filantropie bij uitstek de tools biedt om te sturen op het krachtige, positieve gevoel van menselijke verbondenheid? Ik heb stellig de indruk van niet.

Eerst zelf vertrouwen om vertrouwd te worden. We vragen het van onze donateurs en donoren, maar als sector zijn we zo wantrouwig als wat. Raken we al snel in een verdedigingskramp bij de eerste de beste kritisch-open vraag. Hoe begrijpelijk ook – we willen ons imago niet beschadigen en voelen de hete adem van de concurrentie in onze nek – het geeft uiteraard het verkeerde signaal aan de ontvanger.  Die vraagt zich argwanend af:“hebben ze iets te verbergen?”.

Elk jaar rond deze tijd doe ik een online rondje om de nieuwe jaarverslagen te scannen. Wat me opvalt: successen worden breed uitgemeten, maar weinig organisaties laten echt het achterste van hun tong zien. Gelukkig zijn er ook die het anders aanpakken. Neem bijvoorbeeld het jaarverslag van Wakker Dier. Heldere doelen en gerealiseerde concrete impact. Naast successen wordt ook eerlijk verteld wat er mis ging. Én een zeer transparant verhaal over beleid en geplande investeringen op het gebied van fondsenwerving voor de komende jaren. Reactie van deze lezer: ik voel me betrokken!

Al in 2005 stelde ik in de Context Masterclass het publiek de vraag “wat voor revolutie zouden wij ontketenen indien de ‘non-profit’ sector haar impact in fondsenwerving primair gaat meten in het geluksgevoel van zingeving en betrokkenheid dat de achterban ervaart door ons te steunen?” Dus niet alleen in geld. En nu niet gelijk gaan zeuren dat dat geluksgevoel niet goed te meten is. Ik snap dat dat heel lastig is, maar het gaat me om het radicaal andere perspectief waarop we onze fondsenwervingsinspanning dan focussen. Ik durf te stellen dat hier een wereld voor ons te winnen valt. Niet klungelen met de kaasschaaf, maar echt andere ijkpunten bepalen die impact creëren op het krachtige, positieve gevoel van menselijke verbondenheid dat filantropie in zich heeft. De tijd is er rijp voor. We moeten wel, nu het consumenten- en donateursvertrouwen op een historisch dieptepunt zitten. Waar wacht u nog op?

Terug naar uw vakantieplannen. Wat staat u als non-profit bestuurder op zomerreces te doen? Mijn advies: laat, al luierend in uw hangmat, deze vraag vrijelijk meanderen: Ga ik nu eindelijk werk maken van echte verbinding met mijn donateurs, onze veelal onbekende vrienden overal in den lande? En na terugkeer, lekker ontspannen en samen met uw team, serieus met het antwoord aan de slag.

——————————————

Deze  column vormt onderdeel van een reeks waarin Corine Aartman vrijelijk het thema vertrouwen verkent en de relevantie ervan voor maatschappelijke organisaties peilt. Publicatie vindt plaats via Filanthropium Journaal en BLOOM Blogt.

www.bloomconsultancy.nl

www.filanthropium.nl/opinie

www.wakkerdier.nl

 

One Response to “You have friends all over the world, you just haven’t met them yet”